Ruiterclub L.R. Bucephalus

Historie


EN ZO IS HET BEGONNEN ...

Het was op 27 mei 1898, dat de gouverneur van Limburg per koets op weg was van Venlo naar Sevenum en aan de gemeentegrens begroet en welkom geheten werd door een aantal Sevenumse jongeren. Zij waren allen voor deze gelegenheid deftig gekleed in het zwart en gezeten op Belgische paarden. Zij droegen hoge hoeden. De bedoeling van deze jongeren was de gouverneur vanaf de gemeentegrens te escorteren naar het centrum van het dorp.

Hoe goed de bedoeling van deze ruiters ook was, de paarden, die normaal nooit als rijdier gebruikt werden, waren het helemaal niet met hun berijders eens. Dit kwam tot uiting toen tijdens de rit een van de paarden zo hevig schrok dat het paard zijn berijder afwierp. Grote consternatie natuurlijk! Wie deze ruiter was staat niet in de notulen vermeld. Wel wordt verhaald dat hij zijn hoge hoed, geheel verfrommeld terug vond en dat zijn zwarte slipjas (waarschijnlijk geleend van zijn vader) van onder tot boven opengescheurd was.

Alhoewel de ruiters een minimaal aandeel gehad moeten hebben in de huldiging des gouverneurs, waren ze ’s avonds toch nog enthousiast genoeg om tezamen een biertje te drinken. Tijdens deze gezellige bijeenkomst werd het idee geopperd, om meer met hun paarden te doen, dan alleen met ze op het land te werken. Waarom geen ruiterclub opgericht?


OPRICHTING

Het idee viel zo in de smaak, dat zij de daad bij het woord voegden en nog diezelfde avond, d.d. 27 mei 1898, de Sevenumse Ruiterclub stichtten.

Tijdens de oprichtingsvergadering werd een bestuur gekozen en een voorlopig reglement opgesteld. De eerste bestuursleden waren de heren:
P. Nabben (1898-1908), Frans Vullinghs, secretaris-penningmeester, terwijl W. Lucassen (Miggels Willem) en G. Bouten (Camps Graad) benoemd werden tot commissarissen, daarbij werd ook nog een vaandrig benoemd: waarschijnlijk H. Lucassen (Miggels Bert). G. Bouten werd tevens de eerste commandant, later opgevolgd door H. Lucassen.

Artikel 1 van het ”Reglement van de Sevenumse Ruiterclub te Sevenum” luidde:
De Sevenumse Ruiterclub, opgericht de 27ste mei 1898 stelt zich ten doel: de beoefening en bevordering der Rijkunst, en het houden van wedstrijden en ruiterfeesten. In latere jaren is gebleken, dat de leden zich uitstekend aan dit voorschrift gehouden hebben.


NAAM

Nu de Ruiterclub eenmaal ontstaan was, diende men nog een passende naam voor de club te bedenken. Advies werd ingewonnen bij het toenmalige hoofd van de school in Sevenum (meester Beumers). Deze kwam met het voorstel, om de ruiterclub de naam te geven van het in de mythologie zo bekende paard van Alexander de Grote: "BUCEPHALUS".

Volgens de mythe was Bucephalus het lievelingspaard van deze Griekse veldheer. Het was een paard met een bijzonder groot voorhoofd, het was een zeer moedig paard en het was bijzonder trouw aan zijn meester. Wanneer Bucephalus was opgetuigd met het zadel van zijn Alexander, duldde hij geen ander op zijn rug. Helaas had het paard een nadeel: het was bang voor zijn eigen schaduw.

De keuze van de naam was gauw gemaakt. Het werd "BUCEPHALUS"


ACTIVITEITEN

De activiteiten van de club waren in de eerste jaren zuiver en alleen gericht op ontspanning en recreatie. Zondags ritjes te paard maken, werd al gauw genoeg een vaste gewoonte. Even afstijgen bij een van de lokale café’s - om de paarden wat rust te gunnen - hoorde ook bij deze gewoonte!

Spoedig daarna kwam er toch een wedstrijd element in de activiteiten van de club, zij het in de vorm van: gent-rijden, ringsteken, jas-keren en appelhappen. Deze wedstrijden vonden jaarlijks plaats op maaiers-zondag. Dit was de laatste zondag van juli. Deze feesten op Maaiers-zondag zijn de voorloper van de latere zo bekende oogstfeesten, waaraan clubleden te paard deelnamen. Uiteraard werd jaarlijks ook een feestavond georganiseerd, geheel in de trant van het vermelde in artikel 1 van het reglement.

Deelname aan “echte” wedstrijden is pas begonnen na het stichten van een federatie van rijverenigingen in Sevenum en omgeving in het begin van de twintiger jaren. Deze wedstrijden bestonden voornamelijk uit: rennen, hindernisrennen, harddraven en behendigheidswedstrijden.

Het was in deze tijd dat men een aanvang maakte met dressuurrijden met viertallen en achttallen.


RUITERBOND

In 1930 werd de Limburgse ruiterbond opgericht. De federatie ging hier geheel in op. In feite was dit de vorming van de eerste kring, welke als doel had, de beoefening van de georganiseerde ruitersport in de naaste omgeving. De oprichting van deze kring had weer indirect tot gevolg, dat de trekpaarden, welke men tot dan bereed, langzamerhand vervangen werden door de meer “luxe paarden”.

Vermeld dient echter te worden dat men niet echt gecharmeerd was van deze paarden. Zij werden niet direct met open armen ontvangen. Immers deze paarden, zo dacht men, waren niet geschikt, om het zware werk op de akkers te verrichten. Echter al gauw bleek het tegendeel waar. Deze paarden deden wat het werk betreft niet onder voor koudbloedige soortgenoten en waren bovendien uiterst geschikt voor het beoefenen van de ruitersport.

Jammer genoeg gooide de tweede wereldoorlog roet in het eten. De meeste paarden werden door de bezetter in beslag genomen en weggevoerd, met als gevolg, dat aan de activiteiten van de club een einde kwam. Na de oorlog werden de activiteiten van de club weer opgepakt en kwam Bucephalus op diverse concoursen met veel succes uit in de dressuur met vier- en achttallen.

Aan het einde van de vijftiger jaren stonden de prestaties van onze club op een laag pitje.


OPRICHTING PONYCLUB

In 1968 vond de oprichting plaats van de ponyclub “die Sevenrijders”. Deze oprichting geschiedde op initiatief van de ruiterclub. Oprichters waren de heren: Wim Schreurs, Jan Wijnen, They Vullings, Hay Vostermans en Ger van Enckevort. De ponyclub is sinds de oprichting een kweekvijver geworden voor nieuwe leden van Bucephalus. Het rijkunstig niveau van Bucephalus is hierdoor gestegen.

Gedachtig de middeleeuwse spreuk: Omnis nobilitas ab equo (alle adel stamt van het paard) vertrouwen wij erop, dat Bucephalus op dezelfde wijze voort zal gaan, te weten; een grote vriendenkring.

Dan is succes de komende jaren weer verzekerd.